Een interventionele pijnbehandeling is gericht omdat de therapie rechtstreeks werkt op de zenuwen of structuren die de pijn veroorzaken.
Een infiltratie (inspuiting) is een behandeling met een fijne naald waarbij lokale verdoving, eventueel met corticosteroïden, wordt toegediend op de plaats waar de pijn zich bevindt. De lokale verdoving geeft vrij snel pijnverlichting.
Bij een denervatie (opwarming) dient de arts eerst lokale verdoving toe, eventueel met corticosteroïden. Nadien worden de zenuwen of structuren opgewarmd via (gepulseerde) radiofrequente stroom. Dit onderbreekt de pijngeleiding tijdelijk en vermindert de pijn voor een langere periode.
Bij een cryotherapie (bevriezing) zal de arts eerst een lokaal verdovingsmiddel toedienen, om nadien de holle cryonaald te plaatsen. Er wordt lokale verdoving, eventueel met corticosteroïden, toegediend om de bevriezing van een gewrichtsspleet of oppervlakkig zenuwbaantje te starten.
Vormen
Er bestaan verschillende vormen van interventionele pijnbehandeling, afhankelijk van de oorzaak en locatie van de pijn in het lichaam. Bekijk in onderstaande infobrochures meer informatie over het doel en verloop van de behandelingen.