“Veel aandacht voor de mens in een hoogtechnologische omgeving”
Voor een patiënt is een verblijf op intensieve zorg, zeker wanneer hij wordt beademd, een periode waarvan hij zich zelf weinig kan herinneren. Voor familieleden gaat deze stresserende tijd vaak gepaard met een hoop onzekerheid. Een dagboek, dat werd ontwikkeld door teamleider Sigi Ceulemans, biedt een betere houvast voor beiden. “En ook voor verpleegkundigen is het van goudwaarde: zo leren we de mens achter de patiënt kennen.”

Sigi Ceulemans is teamleider intensieve zorg bij AZ Sint-Maarten. Een nauwe band creëren met de patiënten op haar eenheid, vindt ze heel belangrijk. “Maar als ze beademd worden, is dat natuurlijk moeilijk, want er is weinig interactie. Ook voor familieleden is het dan vaak zoeken naar een manier om contact te houden met hun geliefde”, vertelt ze.
Sigi ontwikkelde tijdens haar extra opleiding zorgmanagement het idee voor het dagboek. “Hierin schrijven verpleegkundigen en artsen voor de patiënt op wat er gebeurt tijdens de opname. Zo heeft hij na ontslag van de dienst een tijdsdocument, want vele beademde patiënten herinneren zich weinig van een verblijf op onze eenheid. Ook familieleden en/of vrienden kunnen in het dagboek schrijven, en zelfs foto’s, kaartjes of tekeningen toevoegen.”
Troostende woorden
“We merken dat dit oplucht voor de bezoekers: ze kunnen hun verhalen en zorgen kwijt, wat voor de patiënt na afloop van zijn verblijf ook vaak mooi is om te lezen.”
Maar niet voor iedereen loopt het goed af. “Helaas zijn er ook patiënten die het niet halen. Maar als we het die kant zien opgaan, blijven we tóch schrijven in het dagboek. Na zijn dood gaat het dagboek dan naar de achterblijvende familie. We sluiten het dagboek dan ook steeds af met een persoonlijk woordje van troost”, vertelt Sigi.
Moodboard
Het hele team was vrijwel meteen gewonnen voor het idee. “Wij willen sowieso veel aandacht schenken aan de mens in onze hoogtechnologische omgeving. De opstart was soms wat moeilijk – hoe formuleer je bepaalde dingen het best? – maar het levert ons ook veel op: we reflecteren nu sneller over onze eigen zorg. Toch ook niet onbelangrijk. En aan de hand van de input van de familie, beginnen we sneller de mens in het bed te zien.”

Ook het moodboard helpt hierbij: dat hangt op in de kamer en aan de familie wordt gevraagd om dit in korte woorden in te vullen. Denk maar aan roepnaam, hobby’s en lievelingseten. “Iedereen die in de kamer komt, leert zo in één oogopslag de patiënt kennen. Zo kunnen we de patiënt aanspreken met zijn roepnaam, bijvoorbeeld ‘Jef’ in plaats van ‘Jozef’, zoals het in zijn dossier staat. Zo stellen we hem meteen gerust en voelt hij zich toch een beetje thuis.”